Wat is een miskraam?

Bij een miskraam is er geen hartslag meer bij het vruchtje. Het vruchtje is, soms al enige tijd eerder, gestopt met groeien.
Dat komt door een afwijking bij de eicel vlak voor de bevruchting. Een miskraam komt bijna nooit door een erfelijke afwijking bij de ouders. Daarom is verder onderzoek meestal niet nodig.
Als je een miskraam hebt, stoot je baarmoeder al het zwangerschapsweefsel, samen met het vruchtje en de vruchtzak af.
Bloedverlies en meestal ook buikkrampen zijn gebruikelijk bij een miskraam.
 

De meeste miskramen vinden plaats voor 10 weken zwangerschap. Omdat het vruchtje meestal al enige tijd gestopt is met groeien, en heel klein is, is het vaak niet te zien als je bloed verliest. Wel zie je weefsel en mogelijk ook bloedstolsels. Als al het weefsel uit de baarmoeder is, neemt het bloedverlies af en worden de buikkrampen snel minder. Na een miskraam heb je ongeveer een week bloedverlies dat steeds minder wordt; net als bij een menstruatie.

 

Hoe herken je een miskraam?

Een miskraam kan beginnen met steeds wat licht bloedverlies dat na enkele dagen meer wordt. Maar dat hoeft niet. Ook kan de miskraam in één keer op gang komen. Meestal heb je bij een miskraam enkele uren bloedverlies waarbij je weefselresten ziet. Vaak heb je ook krampen, vergelijkbaar met hevige menstruatiepijn. Ook kun je bloedstolsels verliezen.

Soms heb je helemaal geen symptomen van een miskraam maar blijkt er op de echo geen kloppend hartje zichtbaar. Dan is de kans groot dat je binnen korte tijd een miskraam gaat krijgen.